Hiphop op een hoger niveau. Kytemans Hip Hop Orkest
Tijdens onze zoektocht naar hedendaagse muziekrevelaties liepen de rillingen over onze rug bij het zien van Kytemans Hip Hop Orkest. Drieëntwintig hiphoppers geleid door een Hollandse hyperkineet die trompetsolo’s als een vijftigjarige jazzmuzikant uit New Orleans brengt. Na hun optreden in de Singel, lukte het ons de leider van dit alles, Colin Benders, uit een innige omhelzing met zijn moeder te rukken en hem enkele muzikale vraagstukjes voor te schotelen.
Colin, hoe kom je erbij om met drieëntwintig mensen hiphop te spelen?
Dat was eigenlijk een noodzakelijk kwaad. Ik was achttien en had drie jaar lang in mijn eentje geschreven aan een plaat. Ik speelde in die tijd af en toe in bands, maar was compleet blut omdat ik geen geld durfde vragen voor de dingen die ik deed. Niet veel later ging ik bij de rappers ReaZon en Paradox wonen die zich als broers over me ontfermden. Bij hen ben ik, met wat ik toevallig voor handen had, de plaat beginnen inspelen. Ik wilde geen samples gebruiken maar zoveel mogelijk echte instrumenten. Ik begon dus vaak te knoeien op de aanwezige instrumenten tot ik een ‘lijntje’ had dat ik kon gebruiken. En plots was daar deze plaat.
Maar vervolgens moest je hem natuurlijk ook live brengen.
Inderdaad, en toen ik daarover nadacht, besefte ik dat er twee opties waren: ofwel met een computer op een podium gaan staan, op play drukken en zeggen “kijk eens, dit heb ik gemaakt”, ofwel met drieëntwintig man op een podium kruipen. Het eerste vind ik geen muziek maken…
En al dat volk op de bühne heeft ook een overdonderend effect op de toeschouwer.
Hoewel het vreemd klinkt, vind ik die liveshow op zich minder belangrijk. Centraal staat vooral de muziek en het samenspelen. De energie die bij dat samenspelen vrijkomt, moet je er natuurlijk uitgooien, maar ze moet eerlijk zijn. Onze podiumact (Hiphoppers van twee meter die rondspringen als konijnen, sensueel heupwiegende violistes, n.v.d.r.) ontstaat gewoon ter plaatste. Hij is bovendien een reflectie van de reacties van het publiek. Als zij daarvoor openstaan, gaan wij telkens een stapje verder.
Overdreven aandacht voor het imago en het haast clichématig uiterlijk vertoon is ook iets wat veel mensen met hiphop associëren.
Dat is ook een probleem dat ikzelf met veel hiphop heb. Gevoelsmatig is het mijn lievelingsmuziekgenre. Ze is voortgekomen uit een aantal basisregels, namelijk: werken met de middelen die je hebt, het creëren van een familiegevoel en weigeren om toegevingen te doen. En als je die regels volgt, dan is hiphop een heel oprecht genre. Maar de laatste tijd zijn de basisgedachten achter hiphop volledig verdwenen. Enkel het plaatje ervan is nog over: de rappers behangen met gouden kettingen, het gangsterimago, de teksten over snelle auto’s en lekkere wijven. Dat alles perkt hiphop immens in.
En jij volgt die basisregels nog wel?
Inderdaad, en dan kan je hiphop een stuk breder interpreteren dan tot nu toe is gedaan.
De manier waarop je vaak wordt aangekondigd, ‘een kruisbestuiving tussen hiphop en jazz’, is dus fout. Jij wil juist pure hiphop brengen?
Kijk, ik denk niet dat die ‘grenzen’ tussen genres bestaan. De enige reden om muziek te labelen, is om ze gemakkelijk terug te vinden in een platenbak. Vanaf dat je muziek in een hokje of genre probeert te stoppen, krijg je een ‘King of the Hills’-spelletje en vergeet je dat er nog een heel weiland bestaat om in te spelen.
Familieband
Het eerder genoemde basisprincipe ‘het creëren van een familieband’ lijkt bij jullie heel belangrijk. Hoe selecteer je eigenlijk de mensen van je orkest?
Dat gebeurt vooral op basis van gevoel. Ik vind het belangrijk dat er een ‘klik’ bestaat tussen de mensen waarmee ik op een podium sta; dat is doorslaggevender dan hun muzikaal talent. Je kan het een beetje vergelijken met vriendschappen: je wordt niet bevriend met de meest succesvolle mensen in je omgeving, maar met diegenen waar je dingen mee kan delen. Hetzelfde geldt binnen deze groep. Deze leden voelen een muzikale en een persoonlijke band.
Je omschreef het eerder als een ‘podiumsamenleving’.
Ik bedoelde daarmee dat binnen deze band iedereen zijn eigen plek heeft op het podium en zich binnen de muren van de groep alle vrijheid kan toe-eigenen die hij wenst.
Ook muzikaal?
Ja, tijdens de repetities haal ik iedereen naar één ruimte en bezorg hen het raamwerk, namelijk de nummers die ikzelf heb geschreven. Vervolgens geef ik alle muzikanten en MC’s de vrijheid om de muziek om te buigen naar hun eigen hand en dan zien we wel wat er gebeurt.
Wordt dat niet wat chaotisch?
Ik wil vooral niet dat er routines ontstaan, dat de nummers verder groeien. Zodra ik merk dat mensen in een regelmaat vervallen, tracht ik alles te ontregelen. Ik vraag iemand om ergens een extra rondje te spelen, binnen een nummer te improviseren,… Maar momenteel zijn we op een punt gekomen dat dat heel natuurlijk gebeurt. Zo natuurlijk zelfs dat ik er vaak zelf verbaasd van sta. Ik voel me intussen vereerd dat ik met deze muzikanten mag spelen.
Je wil dus met deze groep blijven werken?
Ik heb voor de nabije toekomst een ander project in gedachten met een groep die twee keer zo groot is. Waarschijn zal het huidige collectief dan uit elkaar vallen in allerlei losse subprojecten. Maar hopelijk nog wel altijd met dezelfde ‘vibe’.
Emoties
Gebeurt het schrijven van je nummers net zo gevoelsmatig als het selecteren van je muzikanten?
Mijn emoties zijn altijd leidend in alles wat ik doe en dat vind ik ook belangrijk. Een goed voorbeeld is de manier waarop het nummer Serious Burning ontstond. Ik had al een hele avond een intense discussie met een aantal vrienden over allerlei wereldproblemen. Op een bepaald moment ben ik weggelopen en heb gekeken of ik de emoties van die gesprekken kon omzetten in een beat. Twee uur later zaten we met Serious Burning op de achtergrond verder te discussiëren. Mede omdat ik wil dat nummers op zo’n momenten ontstaan, heeft het zo lang geduurd om de plaat te schrijven.
Is dat ook je ultieme doel, emoties oproepen bij je luisteraars?
Ik denk dat als je een emotie kan oproepen, je zorgt voor een soort verbondenheid met de muziek. Dat geldt trouwens evengoed voor andere kunst. Neem bijvoorbeeld de Monochromes van Yves Klein. Hoewel het natuurlijk gewoon blauwe vlakken zijn, is er iets in hun kleurgebruik dat ik niet kan vatten, waardoor ik hen steeds opnieuw moet gaan bekijken, gebiologeerd blijf. Ik heb in Parijs wel vier of vijfmaal het Centre Pompidou bezocht, gewoon omdat die werken mij bepaalde gevoelens blijven bezorgen wanneer ik hen bekijk.
Maakt het dan uit welke emotie zo’n werk oproept?
Niet echt, en dat is op zich weer interessant. Ik wil ooit een project op de been zetten waarbij mensen de muziek intens beginnen te haten. En dan niet door verschrikkelijk hard te spelen of zo, maar door iets extreem onaangenaams te maken. Ik zou het publiek zo ver willen drijven dat ze de zaal willen verlaten en er dan voor zorgen dat de deur op slot is. Om vervolgens, via muziek, een omwenteling te maken naar een ander soort gevoel, naar een meer aangename ervaring.
Mis je die aandacht voor dieperliggende gevoelens in veel hedendaagse muziek?
Ja, veel muzikanten gaan tegenwoordig op in de uiterlijke kenmerken van muziekgenres, in de vaste ‘sound’ van een stijl. Daardoor krijg je best goed klinkende muziek, maar het blijft zo beperkt. Je hebt zoveel meer vrijheid wanneer je bijvoorbeeld vertrekt van de vraag “Hoe klinkt angst” dan wanneer je je afvraagt “Hoe maak ik een rockbeat waarop iedereen gaat dansen?” Kijk bijvoorbeeld naar metal: de basisemoties daar zijn het loslaten van alle controle, van alle illegale agressie die een mens soms voelt. Als je het metalgenre interpreteert vanuit die kernelementen, dan kan je hardcorenummers maken met een blokfluit, een triangel en een balletdanseres.
Dat zouden wij graag eens horen.
Ik ook. (lacht)









Heb je een uitgesproken mening?